Prikkelgevoeligheid: de overtreffende trap…

Prikkelgevoeligheid: de overtreffende trap…

Nicky en haar moeder leerde ik kennen toen Nicky 3 jaar oud was. Nicky sprak slechts enkele woordjes en maakte nauwelijks contact. Ze zat veel in haar eigen wereldje te dromen, zoals moeder het omschreef. Gehoorproblemen waren onderzocht, en haar gehoor was goed bevonden. Moeder’s vraag was hoe ze contact met haar dochter kon maken, en natuurlijk hoopte ze ook dat ze zou gaan praten.

Door samen te spelen, gingen haar moeder en ik op zoek naar manieren om contact te maken. Zoals automatisch bij kinderen op deze jonge leeftijd, ging ik liedjes zingen. Ik dacht goed af te stemmen op Nicky, door op zachte toon te zingen. Moeder zei op zelfverzekerde toon tegen me: “je moet harder zingen, Judith, op zacht praten reageert ze niet.” Toen ik dit toepaste, licht ongemakkelijk in eerste instantie, zag ik Nicky direct een reactie geven door dansbewegingen te maken, en later door naar me te kijken met een stralende glimlach.

Moeder en ik praatten hierover door en in de volgende spelsessies bleek dat voor meer zintuigen gold dat Nicky een ‘overtreffende trap’ nodig had, zoals moeder onze conclusies samenvatte. Voorbeelden: bij het knuffelen heel stevig vasthouden vond Nicky heerlijk (voelen), bij het wiegen in de hangmat flink heen-en-weer schommelen (evenwicht). Met behulp van het betrekken van een gespecialiseerde kinderfysiotherapeut, werd Nicky’s prikkelprofiel in kaart gebracht. Ze bleek een kindje te zijn dat extra prikkels nodig had op de zintuigen geluid en tast/voelen om betrokken te raken op haar omgeving (‘een toeschouwer’).

Met de uitkomsten van dit onderzoek konden zowel thuis als op het kinderdagverblijf helpende aanpassingen worden gedaan, om de dagelijkse momentjes makkelijker te laten verlopen. Zo bleek het voor Nicky fijn om een verzwaarde knuffel op haar schoot te hebben in de kring op het kinderdagverblijf. Daarmee kon ze haar aandacht langer op de groepsactiviteit richten. En in de spelsessies gebruikten we de zware matten om in te rollen, en deden moeder en Nicky veel fysieke contactspelletjes zoals ‘hop-paardje-hop’ waardoor gedeeld plezier ontstond. Gaandeweg ontstond ook steeds meer contact tussen moeder en haar dochter.

Kort na Nicky startte ik spelsessies met een nieuw jongetje en zijn ouders. Toen ik op luide toon ging zingen, schoof het mannetje snel van me weg en deed zijn handen op zijn oren. Bij dit jongetje was zacht zingen juist weer wél de ingang. Gelukkig was zijn schrik van korte duur, en ouders en ik konden meteen in gesprek over zijn prikkelverwerking.


Dit is een ervaring uit de praktijk van orthopedagoog – generalist Judith tijdens een ouder-kind behandeling

deel: